"Ujiyorisodachi" - Visie en advies.


Mocht je als lezer naar een Akita Inu op zoek zijn—en er zeker van zijn dat het een goede keuze is—dan is er goed nieuws: er liggen mooie tijden in het verschiet. Toch zal het niet alleen plezier zijn, want dit alles komt met een grote verantwoordelijkheid. En een die niet eindigt met enkel een paar maanden puppytraining. Zie het eerder als een doorlopend iets waar je de komende anderhalf jaar zeker nog behoorlijk druk mee zult zijn. Ter voorbereiding vind je daarom onderstaand het nodige aan informatie. Let wel, vele wegen leiden naar Rome—of in dit geval enkele naar Odate, Japan—dus gebruik vooral wat je nuttig lijkt. 

Het kiezen van een fokker

Het zou flauw om te zeggen zijn dat je de juiste fokker al gevonden hebt, dus laten we beginnen met een algemene observatie. Wat we vaak zien is dat mensen in eerste instantie naar een maatje opzoek zijn. Als dat een knapperd is dan is dat zeker meegenomen, maar voor wie geen directe showplannen heeft hoeft het ook weer niet per se de aller-allermooiste hond te zijn. Alle pups uit het nest zijn sowieso mooi en dus moet het vooral die ene leuke en gezonde hond zijn. Datzelfde zoekt men ook in de ouderhonden en verder dienen de pups in huislijke kring te worden opgevoed. Bij voorkeur gebeurt het laatste in gezelschap van kinderen en als het even kan dan ook nog in de aanwezigheid van andere huisdieren. Katten, konijnen, you name it. Afsluitend zijn er de ontworming, enting, chip en Europees dierenpaspoort met gezondheidsverklaring van de dierenarts—check, check, check—en de fokker lijkt gevonden.

Toch is het kiezen van de juiste fokker niet zo makkelijk als men vaak denkt. Ook in de Akita-wereld komen fokkers in vele soorten en maten; van een rasliefhebber met vier tot zes honden, tot een bedrijfsmatig kennel met meer dan 20 honden. Voor het gemak nemen we trouwens aan dat je de oepsnestjes en broodfokkers op Marktplaats al van je optielijst verwijderd hebt, maar zelfs dan. Wat overblijft zijn fokkers die hun werk over het algemeen allemaal goed willen doen. Maar met intentie alleen zijn we er nog niet. Sommige fokkers verstaan hun vak nu eenmaal beter dan andere fokkers. Bijvoorbeeld omdat ze meer ervaring, kennis of betere honden honden hebben. Of ze vormen op persoonlijk vlak gewoon een betere match.

Dat laatste lijkt overdreven, maar het is wel zo fijn als er een klik is. Wanneer de pup eenmaal mee naar huis is, gaan er namelijk echt momenten komen dat je bij de fokker wilt kunnen aankloppen. Niet alleen in geval van nood, maar ook wanneer je gewoon even iets wilt navragen of bij wilt kletsen over hoe het gaat. Heb je je pup dan bij een mindere fokker gehaald dan is de kans reëel dat deze het druk heeft en je een kort antwoord krijgt waar je weinig aan hebt.  

Het zijn dit soort zaken waarom wij adviseren het niet bij een fokker te laten. Neem in plaats daarvan eens met meerdere fokkers contact op. Stuur ze een e-mail of—beter—bel ze op. Een echt gesprek is zoveel waardevoller dan even een mailtje. En mocht je vervolgens echt geïnteresseerd zijn, ga op visite. Het lijkt misschien veel werk, maar als het goed is heb je straks 12 tot 14 jaar geluk van een prachtige hond. Net even wat meer tijd besteden is het dus dubbel en dwars waard. Hopelijk gaat de voorkeur dan naar ons kennel uit, maar mocht dit niet zo zijn dan is dat ook prima. Wij fokken namelijk niet om puppies te verkopen, maar omdat we liefhebbers van een ras zijn dat we ook graag voor de toekomst willen helpen behouden.

Liefde, inzet, gezondheid en kennis.

Dat is wat we zouden vertellen, wanneer je ons om een verkorte versie van onze visie zou vragen. Maar alvorens hier verder op in te gaan, is het belangrijk te benadrukken dat fokken echt wel meer is dan even een leuke reu en teef bij elkaar zetten en ze "hun ding laten doen". Vooral bij een exotisch ras als de Japanse Akita Inu, welke onder andere een kleinere genetische pool heeft en soms problemen zoals SA en VKH kent. En dat is precies waarom er al snel een lang verhaal volgt—zie de lengte van deze pagina al—wanneer men ons vraagt over hoe wij Akita Inu fokken. Niet alleen omdat het complexe materie is, maar ook omdat dit is waar de details tellen.

Het klinkt ongelofelijk zoetsappig, maar liefde is waar alles begint. Liefde voor het ras en natuurlijk liefde voor onze honden. We durven zelfs te zeggen dat we onze honden als "viervoeter-kids" zien. Voor sommige mensen lijkt dat overdreven, maar die dosis aan liefde vormt tegelijkertijd de basis van onze manier van fokken. En aangezien we maar vier honden hebben—sommige fokkers hebben er vele meer—betekent dat allereerst dat onze visie intiem en betrokken is. Nu kunnen we niet beloven dat vier Akita Inu's er in de toekomst niet meer worden—je bent verliefd op een ras of niet—maar een ding is zeker: dit is en blijft iets persoonlijks. Onze honden verblijven dus niet de hele dag in kennels, maar leven echt bij en met ons. En wanneer het werk roept of we even weg moeten, dan verblijven ze meestal lekker in de tuin, een plek waar ze de ruimte hebben om te spelen en te relaxen op het gras, zonder dat we ons over regen of hete zon zorgen hoeven te maken—ze kunnen onder de veranda of in het atelier, waarvan de deur altijd open is. En is het echt hondenweer, dan zijn ze gewoon binnen. 

Wellicht dat je nu denkt "Hoe is het feit dat jullie je honden verwennen relevant voor onze toekomstige pup?", maar hopelijk vraag je je niet al te lang af waar bij ons de pups opgroeien. Zij genieten namelijk van dezelfde aandacht en alles wat daarbij hoort. Tijdens het nestje van Taikou & Chihiro sliepen we bijvoorbeeld de eerste vier weken beneden in de woonkamer. Vooral in het begin hebben pups zo om de twee uur melk nodig, ook 's nachts. Alleen had mama Chihiro tijdens dat nestje last van ontstoken melkklieren—waardoor melk geven voor haar niet al te prettig was—en in zo'n geval passen we ons graag aan. Wat moet dat moet en die extra aandacht maakt volgens ons ook zeker een verschil.

Socialisatie en "De Regel Van Zeven"

Nee, The Rule of Seven is geen geheime genootschap uit Game of Thrones. Wel is het een zienswijze die fokkers richting geeft over hoe hun pups op te voeden. Waar andere opvoedmethodes puppies nog wel eens verdrinken met ellenlange lijsten van nieuwe dingen die ze moeten meemaken, gaat The Rule of Seven vooral van balans uit. Door de puppies gedoseerd aan nieuwe situaties te laten wennen, krijgen ze vanzelf een bepaalde mindset. Wanneer ze die eenmaal verkregen hebben, is de kans groot dat ze in de toekomst met andere ervaringen ook op de juiste manier omgaan.

Volgens the Rule of Seven dient een pup voordat hij/zij zeven weken oud is minimaal:

  • Op 7 verschillende oppervlakken zijn geweest: vloerbedekking, een houten vloer, vinyl, beton, gras, aarde, grind en houtsnippers

  • Met 7 verschillende objecten hebben gespeeld: grote ballen, kleine ballen, zachte stoffen speeltjes, harige speeltjes, piepspeeltjes, papieren & kartonnen dozen, metalen objecten, stukken tuinslang

  • Op 7 verschillende plekken zijn geweest: voortuin, achtertuin, kelder, keuken, auto, garage, badkamer, wasruimte

  • Met 7 nieuwe mensen hebben gespeeld: inclusief kinderen en bejaarden, iemand met een wandelstok, in een rolstoel of met een rollator

  • Aan 7 uitdagingen zijn blootgesteld: op en van een doos af klimmen, door een tunnel gaan, treden op en af gaan, over obstakels klimmen, verstoppertje spelen, in en uit een gang gaan met een stapje op of af, rond een hek rennen

  • Van 7 objecten hebben gegeten: metaal, plastic, karton, papier, aardewerk, bakplaat, koekepan

  • Op 7 plekken hebben gegeten: bench, tuin, keuken, kelder, wasruimte, woonkamer, badkamer

Natuurlijk zijn regels er om gebroken te worden en hebben we the Rule of Seven bij Kurenai No Kaze een tikje aangepast. Voor een Akita Inu pup vinden wij het ontmoeten van zeven nieuwe mensen namelijk onvoldoende en waarom we de pups met nog meer mensen laten kennismaken. Daarnaast gaan de pups niet alleen halfjes naar buiten—als in "even lekker de tuin in"—maar nemen we ze ook echt mee de straat op. Dit doen we zelfs voordat ze hun eerste vaccinatie hebben gehad, maar dan wel in onze hondenkar zodat ze alsnog beschermd zijn. En op die manier komen ze verder dan enkel huis & tuin—of de schuur van de broodfokker op Marktplaats—maar maken ze ook kennis met het lokale winkelcentrum, de bouwmarkt, het tuincentrum en het bos.

Let wel, ook al zorgt the Rule of Seven voor een goede en doordachte start, het is geen socialisatie op een gouden dienblad. Of je pup nu een natuurtalent blijkt te zijn die alles prima vindt of je een pup hebt die alles misschien net even wat spannender vindt, als toekomstige eigenaar zul je hoe dan ook behoorlijk druk met het socialiseren en opvoeden zijn. Onderschat dit niet!

Genetica en Japan

Een van de belangrijkste doelen voor een fokker is natuurlijk het fokken van gezonde pups. In een perfecte wereld zou dit al snel beginnen met het fokken met gezonde ouders. Dat is alleen exact waar de uitdaging begint. Onder het genetisch oppervlak van alles dat leeft—dus ook bij honden—zijn vaak risico's verborgen. En omdat we die niet altijd kunnen zien, kan het gebeuren dat klinisch gezonde ouders uiteindelijk puppies met een gezondheidsprobleem op de wereld brengen. 

In dat geval is het goed om stil te staan bij hoe Moeder Natuur haar genen uitdeelt: de ene helft komt van de moeder en de andere helft komt van de vader. Als vervolgens een bepaald gezondheidsprobleem een dominant verervingspatroon heeft, is er slechts een specifiek gen nodig om zich te openbaren. Deze problemen zijn vrij gemakkelijk uit te sluiten en honden met een dergelijke aandoening dienen dan ook van de fok worden uitgesloten.

Het kan echter ook zijn dat een aandoening geen dominant maar een recessief verervingspatroon heeft. In zo'n geval is er niet een maar zijn er twee van dezelfde genen nodig om tot een probleem te leiden. Nogmaals, een van de vader en een van de moeder. Wanneer een hond slechts een van deze problematische genen van de ouders ontvangt, dan is er "niets" aan de hand. Dat laatste is ideaal voor de pup in kwestie—die zal de aandoening namelijk niet krijgen—maar wanneer deze als volwassen hond ook voor de fok wordt ingezet, dan zal hij/zij nog altijd drager zijn en dat ene probleemgen kunnen doorgeven. Heeft de andere ouder dit gen ook, dan kan dit vervolgens alsnog tot zieke pups leiden.

Nu zijn bovenstaande voorbeelden nog betrekkelijk eenvoudig, maar er zijn ook aandoeningen die onder de "complex genetic disorders" vallen. In zo'n geval zijn er meerdere genen in het spel en is er sprake van polygenetische vererving welke te vergelijken is met een puzzel die uit meerdere stukjes bestaat. Als er vervolgens ook nog een externe trigger nodig is—zogenaamde epigenetische factoren, zoals stress of slechte voeding—dan wordt het helemaal ingewikkeld om te bepalen of en hoeveel risico er op een bepaalde aandoening is. Deze werken dan als een soort van sleutel die de deur van het slot haalt waarachter een aandoening verborgen zit. Terwijl bij sommige honden die deur gelukkig niet opengaat, gebeurt dat bij anderen wel. Echter, genetisch gezien vormen ze evenveel risico. Dit samen is dan ook de reden waarom bepaalde aandoeningen, die zich bijvoorbeeld vier generaties geleden aandeden, later toch weer terug komen. Ook al dacht de fokker alles op te lossen door tussentijds met "veilige" lijnen te outcrossen.

Inmiddels zul je begrijpen dat fokken meer is dan het samenbrengen van twee leuke hondjes en ze even hun ding laten doen. Kennis van bloedlijnen is zeer belangrijk en als je vervolgens bedenkt dat Japanse fokkers vaak geen of zeer gebrekkig Engels spreken en door hun gesloten cultuur liever geen kennis met vreemden delen, dan kun je je voorstellen dat dit soort informatie verre van voor het oprapen ligt. De daarvoor noodzakelijke contacten leg je vooral wanneer dit face-to-face gebeurt en dat is waarom we zoveel waarde hechten aan het beheersen van de Japanse taal en met regelmaat naar het land van herkomst afreizen.

Gezondheidsonderzoek en hondenshows

Los van het feit dat bovenstaande van fokkers om kennis van achterliggende bloedlijnen vraagt, vereist de rasvereniging dat alle “breeding stock” op voorhand gescreend wordt. En dat is meer dan even met je hond naar de dierenarts om te vragen of die ergens problemen ziet. Het argument dat we bij mensen met een oepsnestje nog wel eens horen "We zijn pas nog bij de dierenarts geweest en die zei dat alles ok was" is zeker niet voldoende. In plaats daarvan gaat het om specialisten die o.a. onderzoeken op heupdisplasie, patella en oogziektes uitvoeren om concreet inzicht geven of een hond op die punten voor de fok geschikt is.

VAN LINKS naar rechts: MEGAPOLIS STYLE GOUKAI, onze AIKO KENSHA NO HOTARU NO HIKARI GO en KOKURYUUMON GO MIYAGI KOZAKI KENSHA

VAN LINKS naar rechts: MEGAPOLIS STYLE GOUKAI, onze AIKO KENSHA NO HOTARU NO HIKARI GO en KOKURYUUMON GO MIYAGI KOZAKI KENSHA

Daarnaast vraagt de rasvereniging van haar fokkers dat ouderhonden zich tijdens enkele hondenshows dienen te bewijzen. Op het eerste gezicht zou men deze shows enkel als schoonheidswedstrijden kunnen zien, ware het niet dat men naar veel meer zaken kijkt. Denk aan beoordeling van karakter, lichaamsbouw en kwaliteit van beweging. Om een voorbeeld te geven, een hond met een slechte constructie zal zelden goed bewegen en een hond die niet goed beweegt zal op een vroegere leeftijd eerder problemen zoals artrose en vermoeidheid vertonen.

Een ander aspect dat niet over het hoofd moet worden gezien is dat deze shows ook liefhebbers bij elkaar brengt. Dit maakt het weer mogelijk om kennis te delen en toekomstige fokpartners te selecteren. Er zijn behoorlijk wat fokkers die dit vreemd genoeg enkel op basis van wat foto's op Facebook en een stamboom doen, maar onze mening is dat wanneer je als fokker je “werk” echt goed wilt doen je de reu in kwestie toch echt minimaal een aantal keren in levende lijve gezien moet hebben. En in dat geval zijn hondenshows reuze nuttig om meerdere potentiële dekreuen tegelijk te zien. Bovendien, ondanks dat hondenshows een beetje een aparte aangelegenheid kunnen zijn, zijn ze ook bijzonder leuk en gezellig.

Voeding

Eten, het is niet alleen lekker, het is zelfs essentieel. En daarmee bedoelen we niet alleen "voeding", maar ook echt goede voeding. Zoals Hippocrates ooit zei, "Laat voeding uw medicijn zijn!".

Steeds meer mensen realiseren steeds zich dat brokken vooral gemakkelijk voor de hondeneigenaar zijn. Uitgevonden na de Tweede Wereldoorlog, is het tegenwoordig toch vooral business. De meeste productenten van brokken zijn eigendom van de Mars of de Nestlé groep, die zo hun restproducten een tweede leven weten te geven. Met het oog op global sustainability is dat een prima gedachte, maar voor honden is het resultaat een middelmatige tot vaak slechte vorm van voeding. Doe er een mooie verpakking omheen, voeg er een interessante reclame slogan aan toe, et voilà: de gemiddelde consument denkt alsnog dat het kwaliteitsvoeding is.

Toch trapt niet iedereen meer in deze slimme commerciële aanpak. Merken zoals Royal Canin, Purina en Eukanuba stoppen zoveel restproducten in hun brokken—zelfs veren—dat het weinig inzicht vraagt om te begrijpen waarom honden zulke grote hoeveelheden slappe ontlasting hebben. Hun lichaam kan al deze nutteloze vulmiddelen simpelweg niet verwerken. Het is afval dat erin en er weer uit gaat. En dan hebben we het nog niet gehad over wat het voor hun gezondheid doet

"Als dat zo is, waarom verkoopt mijn eigen dierenarts die brokken dan?", horen we sommigen zeggen. Maar niet alleen maken de fabrikanten hun brokken voor dierenartsen aantrekkelijk voor de verkoop—repetitive sale & margin—voedingsleer is slechts een zeer beperkt onderdeel van de opleiding tot dierenarts, wat vaak ook nog eens door dezelfde fabrikanten gesponsord wordt. 

Mocht je nu om wat voor reden toch brokken willen of moeten voeren, dan zijn er gelukkig ook uitzonderingen. Merken zoals AcanaTaste of the Wild en Orijen maken best aardige alternatieven. Kijk eens op DogFoodAdvisor om te zien waarom, ze hebben er veel nuttige informatie en leggen er in detail uit waarom een brok van bijvoorbeeld Royal Canin niet erg goed is. 

Voor degene die zijn of haar hond echt goed te eten wil geven is er naar onze mening nog een beter antwoord: BARF. Deze afkorting voor Biologically Appropriate Raw Food bestaat uit het voeren van een specifieke verhouding van spiervlees, bevleesd bot, orgaan, eventueel aangevuld met groenten. En voor de scepticus die denkt "Onze buren voeren hun hond brokken van merk XYZ en hij ziet er echt gezond uit. Waarom zou ik rauw vlees geven?", wij mensen kunnen het op middelmatige voeding ook behoorlijk ok doen, maar dat maakt het nog geen goede voeding. Van een leven lang vier keer per maand naar McDonald's zal niemand overlijden, maar wat op lange termijn de effecten zijn is een ander verhaal. Zoals we al eerder aangaven, gezondheid is meer dan niet ziek zijn.

Barfen is trouwens niet eens zo ingewikkeld. Naast de traditionele vorm van barfen—wat iets meer werk om klaar te maken is—voeren wij onze honden vooral een gemalen biologische KVV van het merk Darf. Dat is gewoon een kwestie van de dag ervoor uit de vriezer halen, rustig in de koelkast laten ontdooien en voor gebruik even op kamertemperatuur laten komen. Verder voegen wij nog wat toppings toe om de voedingswaarde verder te verhogen—bijvoorbeeld wat kokosolie, een rauw eitje, groenlipmossel en een groente-fruit-kruiden-mix—maar dat is meer een persoonlijke voorkeur. In huis halen is ook niet ingewikkeld, de meeste merken leveren tegenwoordig gewoon aan huis.

Beweging

Een van de mooie dingen van het hebben van een hond is er lekker samen op uit gaan of ze naast de fiets te laten rennen. Het zijn slechts twee voorbeelden van hondenplezier, maar wel voorbeelden met een gebruiksaanwijzing. De Japanse Akita Inu is immers een groot ras, dus ook al zijn ze niet zo gevoelig voor heupdysplasie (HD) als bijvoorbeeld de Duitse herder, er is nog steeds een risico.

Sommige specialisten zeggen dat HD voor ongeveer 30% een genetisch probleem is en voor 70% door externe factoren wordt veroorzaakt. Anderen zeggen weer dat er altijd een genetische aanleg aanwezig moet zijn. Wat de waarheid ook is, gedurende het eerst jaar doen eigenaren er erg verstanding aan hun pup niet te veel te belasten. Een basis richtlijn is om het wandelen elke maand met 5 minuten te verlengen, oftewel een hond van vijf maanden oud mag 5x5=25 minuten wandelen. Let op, bij 12 minuten is het dus al tijd om huiswaarts te gaan.

Nu vinden sommige mensen dat je hier niet al te geobsedeerd mee om moet gaan. Een pup weet namelijk best zelf hoeveel beweging hij/zij nodig heeft. In zekere zijn wij het hier wel mee eens, de natuur is immers verre van dom en wanneer een pup moe is zal deze vaak zijn tempo omlaag brengen of zelfs gaan slapen. Dat verandert alleen nog niet dat sommige omgevingen voor zoveel indrukken zorgen dat dit natuurlijk vermogen alsnog wordt onderdrukt. Een nieuwe eigenaar doet er dus goed aan om stil te staan bij de hoeveelheid beweging die hun pup krijgt. Hou het eens bij. Vaak krijgen pups meer beweging dan mensen verwachten en tijdens deze cruciale groeitijd bestaat het skelet nog voor een groot gedeelte uit kraakbeen. Springen (bijv. in en uit auto's), traplopen, te ruw spel en naast de fiets rennen zijn zaken die je het eerste jaar wilt vermijden. Aan de andere kant, beweging maakt het lichaam ook sterker, wat dan ook weer belangrijk is. Balans, balans, balans!

Gezondheid

Het terugplaatsen van een gebroken been, het hechten van een wond, dierenartsen kunnen tegenwoordig zoveel waardevols voor onze huisdieren verrichten. Maar waar sommige gezondheidsproblemen relatief gemakkelijk worden opgelost, hebben andere soms een diepere oorzaak die net even om iets meer expertise vragen. En toch zien we dat veel dierenartsen honden veel problemen op een gelijke wijze behandelen. Men pakt vooral de klachten aan, terwijl de exacte oorzaak soms nog geheel onduidelijk is. Op zich is dat niet vreemd, gezien de meeste dierenartsen tijdens hun studie vooral over medicatie, operatie en ziekte leren, en niet zo zeer over gezondheid, maar toch.

Om de gezondheid van een hond beter te waarborgen is volgens ons een bredere kijk een waardevolle aanvulling. Dus proactief voorkomen—bijvoorbeeld middels de juiste voeding—in plaats van reactief bestrijden. En in dat geval kijken we niet alleen naar de lichamelijke conditie van een hond, maar ook naar andere factoren, zoals geestelijke gesteldheid. Dat klinkt wellicht zweverig, maar het zorgen voor voldoende lichaamsbeweging en geven van aandacht hebben serieus invloed op het welzijn van een hond. Let op, onze zienswijze is er zeker geen een van kwakzalverij. Er zijn al genoeg mensen die alles dat alternatief is automatisch als waarheid aannemen. Maar we zijn wel van mening dat sommige zaken van de reguliere dierengeneeskunde best een update kunnen gebruiken. 

Vaccinatie & titeren
Een voorbeeld hiervan is overvaccinatie. Vaccinatie is iets dat zeker nodig is, maar teveel is niet voor niets teveel. Dus laat je hond als pup adequaat vaccineren en daarna: niets. Althans, soort van niets. Waar een dierenarts in veel gevallen zal adviseren jaarlijks weer te vaccineren—voor hen een vaste stroom van inkomsten—berust dit vaak niet zo zeer op wetenschap maar eerder op ouderwetse routine. Een betere optie zou het uitvoeren van een titer zijn. Deze meet de hoeveelheid antilichamen in het bloed van de hond en als er hiervan voldoende aanwezig zijn dan is de hond gewoon beschermd. Hervaccinatie is dan niet alleen overbodig en geldverspilling, maar mogelijk ook nog eens schadelijk. Let wel, titers worden niet door iedere dierenarts aangeboden, dus mocht jouw dierenarts dit niet doen dan is het wellicht tijd om over te stappen naar eentje die wel met zijn tijd meegaat. Een compromis is natuurlijk ook mogelijk: wijzelf gaan voor eenvoudige zaken naar de dierenarts om de hoek en bezoeken voor belangrijkere zaken een specialist verder weg.

Veel farmaceuten geven tegenwoordig aan dat hun vaccins niet een maar drie jaar of zelfs langer bescherming geven. En zelfs dan kan hervaccinatie onnodig zijn. Sommige vaccins die wij als kind hebben gekregen werken immers ook levenslang. Dat terwijl wij mensen gemiddeld een jaar of tachtig worden en honden slechts twaalf tot viertien. Mocht je dus zeker willen zijn of jouw hond beschermt is, dan is een titer meer dan aan te raden. Zijn de antilichamen hoog genoeg dan is er geen verdere actie nodig, zijn deze te laag dan kies je alsnog voor hervaccinatie. 

Teken
Een ander voorbeeld is de behandeling tegen parasieten. Neem nu teken, in sommige landen kunnen deze voor flinke problemen zorgen, vooral als ze Babebiose met zich meedragen. Maar in Nederland kom je ze eigenlijk vooral in de bossen tegen en is Lyme de grootste boosdoener. Nu is Lyme voor mensen een behoorlijk vervelende ziekte, maar voor honden lijkt dit minder het geval te zijn (veel honden zijn drager, maar vertonen verder geen klachten). Toch zijn er veel dierenartsen die aanraden om je hond om de zoveel tijd structureel met een spot-on product, tablet of speciale halsband te "beschermen". Wel zo gemakkelijk en bovendien zijn het volgens hen "veilige producten".

De vraag is echter wat nu precies veilig is. Een beetje googlen toont al snel aan dat de onderzoeken die worden uitgevoerd om deze producten voor de Europese markt goedgekeurd te krijgen vaak letterlijk vermelden dat deze zijn toegelaten omdat "de risico's niet tegen de voordelen opwegen". En dan is het niet verkeerd om stil te staan bij het feit dat producten voor dierlijk gebruik onder (vele malen) minder strenge regelgeving staan dan producten voor menselijk gebruik. Let op, ook al lijkt de gezondheid van een hond door een spot-on product of tablet niet direct negatief te worden beïnvloed, er zijn genoeg honden die wel degelijk negatieve bijwerkingen ervaren en op de lange termijn zijn de nadelige effecten er zeker. Op zich niet vreemd, veel van deze producten bevatten chemicaliën welke afgeleid van landbouwgif zijn.

Persoonlijk kiezen wij liever voor een andere oplossing: controleer je hond tijdens en na een wandeling in de bossen simpelweg goed op teken—door het contrast met de doorgaans rood-witte vacht van de Akita Inu zie je ze vrij gemakkelijk—en gebruik daarnaast bijvoorbeeld een middel op basis van essentiële olie. Dit samen biedt geen 100% garantie—essentiële olie is geen gif dat teken dood, het maakt de hond enkel minder aantrekkelijk—maar het doet zijn werk veelal meer dan prima. 

Ontworming
Als laatste is er preventief ontwormen. Ook dit is een voorbeeld van vaste inkomsten voor de dierenarts met een stuk gemak voor de hondeneigenaar. Tabletje erin en klaar. Het opmerkelijke is alleen dat preventief ontwormen eigenlijk een illusie is. Een hond heeft immers last van wormen of niet. Dus in plaats van je hond elke drie maanden "preventief" te ontwormen—voor ons beter bekend als het onnodig belasten van de gezondheid van je hond—brengen wij liever zo nu en dan de ontlasting van onze honden naar de dierenarts, waar we deze op de aanwezigheid van spoeleitjes laat onderzoeken. Het is wel iets meer werk, maar nog steeds vrij gemakkelijk, vrijwel net zo duur en wel zo veilig.