"Akita Inu Hyoujun" - De rasstandaard van de Japanse Akita Inu.


De wereld van de Akita Inu is er een van diverse rasstandaarden; een soort blauwdruk die beschrijft hoe de ideale vertegenwoordiger van een ras eruit ziet. In Japan zijn er AKIHO, AKIKYO—inmiddels opgeheven—en NIPPO met elk hun eigen document en in het westen wordt vooral de welbekende FCI-standaard gebruikt. Uiteraard hebben elk van deze standaarden de nodige verschillen, maar zijn overeenkomsten ook zeker aanwezig.

In het geval van KURENAI NO KAZE wordt de basis gevormd door de FCI-standaard—zie hieronder—aangevuld met een minstens zo grote invloed van wat de AKIHO-experts in Japan te zeggen hebben. Daarbij moet worden vermeld dat al deze documenten, alhoewel correct, toch ook flink wat aan interpretatie over laten. De echte details, welke vooral in het land van herkomst bekend zijn, zijn veelal niet benoemd en dat is direct wat het investeren in kennis en afreizen naar Japan zo waardevol maakt. 

Verder is het zo dat—zelfs inclusief deze details—een rasstandaard nooit een volledig beeld van een hondenras zal kunnen geven. Inherent aan het doel kent het ook zijn beperkingen en kan een aspect zoals gezondheid hierin dus nooit veel ruimte krijgen. Een verantwoorde fokker zal daarom verder kijken dan het fokken van een hond die enkel aan bepaalde uiterlijke kenmerken conformeert, maar bovenal ook gezond is.  


FCI-Rasstandaard N°255 / 02-04.-2001 / GB

LAND VAN OORSPRONG : Japan
ORIGINELE DATUM VAN PUBLICATIE : 13-03-2001
GEBRUIK : Gezelschapshond
CLASSIFICATIE F.C.I. : Groep 5 - Spitz- en oertypen. Sectie 5 - Aziatische Spitz en aanverwante rassen. Zonder werkproef.

ALGEMENE VERSCHIJNING
Groot formaat hond, robuust gebouwd, goed van verhoudingen en met veel substantie—de secundaire geslachtskenmerken zijn sterk aangeduid—met veel adel en waardigheid in bescheidenheid; sterk gestel.

BELANGRIJKE VERHOUDINGEN
De verhouding schofthoogte/lichaamslengte is 10:11, maar het lichaam is bij teven iets langer dan bij reuen

GEDRAG EN TEMPERAMENT
Het temperament is bedaard, trouw, volgzaam en ontvankelijk.

HOOFD
Schedel : De schedel is in verhouding tot het lichaam. Het voorhoofd is breed met duidelijke groef. Geen rimpels. 
Stop : Aangeduid.
Neus : Groot en zwart. Gering en verspreid. Gebrek aan pigment alleen bij witte honden aanvaardbaar, maar zwart heeft altijd de voorkeur.  
Snuit : Matig lang en sterk met een brede basis, toelopend maar niet puntig. De neusrug is recht. 
Kaken/Gebit : Het krachtige gebid is scharend. 
Lippen : Strak.
Wangen : Matig ontwikkeld.
Ogen : Naar verhouding klein, bijna driehoekig van vorm ten gevolge van het oplopen van de buitenste ooghoek, matig uit elkaar staand en donkerbruin (hoe donkerder, hoe beter).
Oren : Naar verhouding klein, dik, driehoekig, iets afgerond aan de punten, matig uit elkaar staan, rechtopstaand en naar voren gebogen. 

NEK
Dik en gespierd, zonder keelhuid, in verhouding met het hoofd.

LICHAAM
Rug : Recht en sterk
Lenden : Breed en gespierd
Borstkas : Diep, voorborst goed ontwikkeld, ribben matig gewelfd.
Buik : Goed opgetrokken.

STAART
Hoog aangezet, dik, krachtig gekruld over de rug gedragen; de staartpunt reikt bijna tot de spronggewrichten als deze naar beneden hangt.

VOORHAND
Schouders : Matig hellend en ontwikkeld.
Ellebogen : Vast.
Voorbenen : Recht en zwaar van bot.

ACHTERHAND
Goed ontwikkeld, sterk en matig gehoekt. 

VOETEN
Dik, rond, opgebogen en gesloten.

GANG
Veerkrachtige en sterke bewegingen.

VACHT
Haar : De bovenvacht is hard en recht, de ondervacht zacht dicht; de schouders en de romp zijn bedekt met iets langer haar; het haar op de staart is langer dan op de rest van het lichaam.
Kleur : Roodgeel, sesam (roodgele haren met zwarte punten), gestroomd en wit. Alle kleuren behalve wit moeten het ‘Urajiro’-patroon vertonen (‘Urajiro’ = de witachtige vacht aan weerszijden van de voorsnuit, op de wangen, aan de onderkant van kaak, nek, borst, lichaam en staart, en aan de binnenzijde van de benen).

GROOTTE
Schofthoogte : reuen 67 cm, teven 61 cm. 
Er is een tolerantie van 3 cm naar boven of naar beneden.

FOUTEN
Elke afwijking van de voorgaande punten moet als een fout worden beschouwd en de beoordeling van de ernst van de fout moet in verhouding staan tot de mate waarin de fout zich voordoet en het effect ervan op de gezondheid en het welzijn van de hond.

  • Teefachtige reu/reuachtige teef
  • Ondervoorbijten of overbijten.
  • Het ontbreken van tanden.
  • Blauwe of zwart gevlekte tong.
  • Iris licht van kleur.
  • Korte staart.
  • Schuwheid.

DISKWALIFICERENDE FOUTEN

  • Agressief of overmatig schuw.
  • Niet staande oren.
  • Hangende staart.
  • Lang haar (ruig).
  • Zwart masker.
  • Aftekeningen op witte ondergrond.

Elke hond die duidelijk lichamelijke of gedragsmatige afwijkingen vertoont, moet worden gediskwalificeerd.
Reuen moeten twee normaal ontwikkelde testikels hebben die volledig in het scrotum zijn ingedaald.