Als het geen Akita Inu is, dan is het gewoon een hond!" - De oorsprong van de Japanse Akita Inu.


Bovenstaande zin is natuurlijk een grap, maar je weet wat ze zeggen, zelfs de vreemdste grap heeft vaak nog wel een vorm van waarheid in zich. En los van al die lolligheid, deze uitdrukking is een bekende onder liefhebbers van de Akita Inu. Dit ras, dat zijn naam aan zijn geboorteplaats Akita prefectuur te danken heeft, is inderdaad iets speciaals. Passende voorbeelden gaan terug naar de tijd waarin de Akita Inu door de shogun en andere adel gehouden werd en soms zelfs eigen bediendes had. Of Hachiko, Japan's bekendste hond die trouw bij Shibuya treinstation bleef wachten om zijn eigenaar professor Ueno Hidesaburo te begroeten, zelfs tot negen jaar na zijn overlijden. Het zijn slechts twee voorbeelden, maar verre van waar de fascinatie voor de Akita Inu eindigt.

Om te begrijpen waar al dit bijzonders vandaan komt, is het de moeite waard om naar oorsprong van dit hondenras te kijken. Het zal je helpen te begrijpen waarom deze hond is zoals hij is. Maar voor hier verder op in te gaan is het handig om te weten dat "inu" Japans voor hond is. Daarnaast wordt "ken" ook gebruikt, wat tevens hond betekent.

 EEN sneeuwige WINTER IN ODATE, de geboorteplaats van de japanse akita inu.

EEN sneeuwige WINTER IN ODATE, de geboorteplaats van de japanse akita inu.

De Japanse Akita Inu heeft zijn oorsprong dus in Akita prefectuur liggen, een soort van provincie in de Tohoku regio in het noorden van Honshu, het hoofdeiland van Japan. Dit verklaart niet alleen de naam van dit majestueuze ras, maar ook zijn dikke, isolerende vacht. De winters in Akita prefectuur zijn namelijk koud en vol met sneeuw. Zelfs zo vol met sneeuw dat het gebied Yukiguni (sneeuwland) genoemd wordt en drie van de top 10 meest besneeuwde grote steden ter wereld uit dit gebied komen. Logischerwijs had de Akita Inu dus iets nodig om zich tegen deze weerscondities te beschermen. 

In het bergachtige gebied van Akita prefectuur's Odate, verrichtte de voorvader van het ras—de Matagi Inu—succesvol werk als jachthond, waar hij tsukinowaguma (Japanese zwarte beer), kamoshika (Japanse bosgems) en ander groot wild achterna zat. Later, na een tijd van kleine burgeroorlogen, boeren opstandjes en een invasie aan goudzoekers bij Odate, veranderde zijn functie van voedselverzamelaar naar die van waakhond.

Dit alles kreeg vervolgens een onverwachte wending, toen Japan's vijfde shogun Tokugawa Tsunayoshi aan de macht kwam (1680-1709). Tsunayoshi, geboren in het jaar van de hond, had een speciale voorliefde voor honden. Men noemde hem ook wel gekscherend Inu Kubo (hondenshogun), nadat Tsunayoshi rond 1687 overging tot de invoering van de zogenoemde Shorui Awaremi no Rei, wetten voor de compassie van honden en andere dieren. Deze gingen zover dat degene die een hond kwaad deed gevangen werd gezet of zelfs geëxecuteerd. Bovendien werden honden met veel respect aangesproken: “o-inu-sama”, wat ongeveer te vertalen is als Oh-Grote-Meneer-Hond (“sama” is de overtreffende trap van het al respectvolle "san” en de “o” in het begin verhoogd de beleefdheid nog eens verder). Van eenvoudige boerenhond werd de Akita Inu een hond van samurai en andere Japanse adel. Sommigen hadden zelfs hun eigen huis met bediendes.

 HACHIKO, HET VOORBEELD van de trouw van de akita inu, en zijn standbeeld in SHIBUYA, tokyo.

HACHIKO, HET VOORBEELD van de trouw van de akita inu, en zijn standbeeld in SHIBUYA, tokyo.

De gouden jaren van de Akita Inu duurden niet eeuwig. Gedurende de Meiji-periode (1868-1912) ging Japan een tijd van Westerse modernisering door en werden er hondengevechten gehouden om in de vechtlust van overbodig geworden samurai te voorzien. Hiervoor werden Tosa-honden ingezet en gekruist met andere grote rassen—Mastiff, Boston Bull, St. Bernhard en Duitse Dog—en het duurde niet lang voordat uiteindelijk ook de Akita Inu aan deze praktijken werd blootgesteld. Het resulteerde in de degeneratie van de Akita Inu en het ras raakte als maar verder verwijderd van de zuiverheid die het tijdens de Tsunayoshi periode 200 jaar eerder had gekend. Het ras werd groter, meer atletisch, moediger en sommige van hen misten zelfs opstaande oren. In 1910 werd dit alles nog dramatischer toen de Japanse regering een hondenbelasting invoerde. Duizenden Akita Inu werden afgemaakt en nog vele meer kwamen er tijdens een hondsdolheid epidimie om.

Rond 1930 keerde het tij enigszins. In 1927 werd Akita Inu Hozonkai (AKIHO) opgericht, welke het kruizen verbood—als enige fokker in Nederland is KURENAI NO KAZE lid van deze vereniging—en in 1931 riep de Japanse regering de Akita Inu zelfs officieel tot Tennen Kinenbutsu (Natuurlijk Monument) uit. Selectieve fok en aanschaf van honden uit afgelegen Matagi-dorpen volgde, waardoor het oorspronkelijke Akita Inu type langzaam maar zeker terug wist te keren. Al dit goede werk werd alleen teniet gedaan toen de Akita Inu tijdens de Tweede Wereldoorlog enkel vanwege zijn vlees en warme vacht gewaardeerd werd. Enkel het houden van honden zoals de Duitse herder en Dobermann werd toegestaan—deze konden immers in het leger worden ingezet—en slechts enkele exemplaren van het ooit zo geliefde ras overleefden.

Toch was niet alles verloren. Tegen officiële orders in hadden enkele individuen—waaronder de adelman Ichinoseki Kuniro, die eerder aan de geboorte van AKIHO stond—een select aantal honden aangehouden en begonnen na de Tweede Wereldoorlog direct weer met fokken. Het was ook rond die tijd dat een zekere Ito Akita Inu van gemixed bloed aan Amerikaanse soldaten verkocht. Terug mee naar huis genomen, wonnen ze aan populariteit, wat uiteindelijk resulteerde in de geboorte van de grotere Amerikaanse Akita. Voor een lange periode werden deze honden door veel mensen buiten Japan tot hetzelfde ras bestempelt, maar tegenwoordig bestaan beiden in de meeste landen netjes naast elkaar: American Akita en Japanse Akita Inu.

En dat, in een hele kleine notendop, is de geschiedenis van de Japanse Akita Inu.