Geïnteresseerd in de Akita Inu? Alvast enkele zaken om over na te denken.


Mocht je als lezer naar een Akita Inu op zoek zijn—en er zeker van zijn dat het een goede keuze is—dan is er goed nieuws: er liggen mooie tijden in het verschiet. Toch zal het niet alleen plezier zijn, want dit alles komt een grote verantwoordelijkheid. En een die niet eindigt met enkel een paar maanden puppytraining. Zie het eerder als een doorlopend iets waar je de komende anderhalf jaar zeker nog behoorlijk druk mee zult zijn. Ter voorbereiding vind je daarom onderstaand het nodige aan informatie. Let wel, vele wegen leiden naar Rome—of in dit geval enkele naar Odate—dus gebruik vooral wat je nuttig lijkt. 

Het kiezen van een fokker

Het zou flauw om te zeggen zijn dat je de juiste fokker al gevonden hebt, dus laten we beginnen met een algemene observatie. Vaak zien we dat mensen in eerste instantie naar een maatje opzoek zijn. Als het een knapperd is dan is dat zeker meegenomen, maar voor wie geen directe showplannen heeft hoeft het ook weer niet per se de aller-allermooiste hond te zijn. Alle pups uit het nest zijn sowieso mooi—welk nest dat dan ook is—en dus moet het vooral die ene leuke en gezonde hond zijn. Datzelfde zoekt men ook in de ouderhonden en verder dienen de pups in huislijke kring te worden opgevoed. Bij voorkeur gebeurt het laatste in gezelschap van kinderen en als het even kan dan ook nog in de aanwezigheid van andere huisdieren. Katten, konijnen, kippen, you name it. Afsluitend zijn er de ontworming, enting, chip en Europees dierenpaspoort met gezondheidsverklaring van de dierenarts—check, check, check, check—en de fokker lijkt gevonden.

Toch is het kiezen van de juiste fokker niet zo makkelijk als men vaak denkt. Ook in de Akita-wereld komen fokkers namelijk in vele soorten en maten; van een rasliefhebber met vier tot zes honden, tot een bedrijfsmatig kennel met meer dan 20 honden. Voor het gemak nemen we trouwens aan dat je de oepsnestjes en broodfokkers op Marktplaats al van je optielijst verwijderd hebt, maar zelfs dan. Wat overblijft zijn fokkers die hun werk over het algemeen allemaal goed willen doen. Maar met intentie alleen zijn we er nog niet. Sommige fokkers verstaan hun vak nu eenmaal beter dan andere fokkers. Bijvoorbeeld omdat ze meer ervaring, kennis of betere honden honden hebben. Of ze vormen op persoonlijk vlak gewoon een betere match.

Dat laatste lijkt overdreven, maar het is wel zo fijn als er een klik is. Wanneer de pup eenmaal mee naar huis is, gaan er namelijk echt momenten komen dat je bij de fokker wilt kunnen aankloppen. Niet alleen in geval van nood, maar ook wanneer je gewoon even iets wilt navragen of bij wilt kletsen over hoe het gaat. Heb je je pup dan bij een mindere fokker gehaald dan is de kans reëel dat deze het druk heeft en je een kort antwoord krijgt waar je weinig aan hebt.  

Het zijn dit soort zaken waarom wij adviseren het niet bij een fokker te laten. Neem in plaats daarvan eens met meerdere fokkers contact op. Stuur ze een e-mail of—beter—bel ze op. Een echt gesprek is zoveel waardevoller dan even een mailtje. En mocht je vervolgens echt geïnteresseerd zijn, ga op visite. Het lijkt misschien veel werk, maar als het goed is heb je straks 12 tot 14 jaar geluk van een prachtige hond. Net even wat meer tijd besteden is het dus dubbel en dwars waard. Hopelijk gaat de voorkeur dan naar ons kennel uit, maar mocht dit niet zo zijn dan is dat ook prima. Wij fokken namelijk niet om puppies te verkopen, maar omdat we liefhebbers van een ras zijn dat we ook graag voor de toekomst willen helpen behouden.

Voeding

Eten is niet alleen lekker, het is zelfs essentieel. En daarmee bedoelen we niet alleen "voeding", maar ook echt GOEDE voeding. Zoals Hippocrates immers zei, "Laat voeding uw medicijn zijn!".

Tegenwoordig realiseren steeds meer mensen zich dat brokken vooral gemakkelijk voor de hondeneigenaar zijn. Uitgevonden na de Tweede Wereldoorlog, is het vooral business. De meeste productenten van brokken zijn eigendom van de Mars of de Nestlé groep, die zo hun restproducten een tweede leven weten te geven. Met het oog op "global sustainability" is dat een goede gedachte, maar voor honden is het resultaat een middelmatige tot vaak slechte vorm van voeding. Doe er een mooie verpakking omheen, voeg er een interessante reclame slogan aan toe, et voilà: de gemiddelde consument denkt alsnog dat het kwaliteitsvoeding is.

Gelukkig trapt tegenwoordig niet iedereen meer in deze slimme commerciële illusies. Merken zoals Royal Canin, Purina en Eukanuba stoppen zoveel restproducten in hun brokken—zelfs veren—dat het inmiddels weinig inzicht vraagt om te begrijpen waarom honden zulke grote hoeveelheden slappe ontlasting hebben. Hun lichaam kan al deze nutteloze vulmiddelen simpelweg niet verwerken. Het is afval dat erin en er weer uit gaat. En dan hebben we het nog niet gehad over wat het voor hun gezondheid doet

"Als dat zo is, waarom verkoopt mijn eigen dierenarts die brokken dan?", horen we sommigen zeggen. Maar niet alleen maken de fabrikanten hun brokken voor dierenartsen aantrekkelijk voor de verkoop—repetitive sale & margin—voedingsleer is slechts een zeer beperkt onderdeel van de opleiding tot dierenarts, wat vaak ook nog eens door dezelfde fabrikanten gesponsord wordt. 

Mocht je nu om wat voor reden toch brokken willen of moeten voeren, dan zijn er gelukkig ook uitzonderingen. Merken zoals AcanaTaste of the Wild en Orijen maken best aardige alternatieven. Kijk eens op DogFoodAdvisor om te zien waarom, ze hebben er veel nuttige informatie en leggen er in detail uit waarom een brok van bijvoorbeeld Royal Canin niet erg goed is. 

Voor degene die zijn of haar hond nu echt goed te eten wil geven is er volgens ons een ander antwoord: BARF. Deze afkorting voor Biologically Appropriate Raw Food bestaat uit het voeren van een specifieke verhouding van spiervlees, bevleesd bot, orgaan, eventueel aangevuld met groenten. En voor de scepticus die denkt "Onze buren voeren hun hond brokken van merk XYZ en hij ziet er echt gezond uit. Waarom zou ik rauw vlees geven?", wij mensen kunnen het op middelmatige voeding ook behoorlijk ok doen, maar dat maakt het nog geen goede voeding. Van een leven lang vier keer per maand naar McDonald's zal niemand overlijden, maar wat op lange termijn de effecten zijn is een ander verhaal. Zoals we al eerder aangaven, gezondheid is meer dan niet ziek zijn.

Barfen is trouwens niet eens zo ingewikkeld. Naast de traditionele vorm van barfen—wat iets meer werk om klaar te maken is—voeren wij onze honden vooral een gemalen biologische KVV van het merk Darf. Dat is gewoon een kwestie van de dag ervoor uit de vriezer halen, rustig in de koelkast laten ontdooien en voor gebruik even op kamertemperatuur laten komen. Verder voegen wij nog wat toppings toe om de voedingswaarde verder te verhogen—bijvoorbeeld wat kokosolie, een rauw eitje, groenlipmossel en een groente-fruit-kruiden-mix—maar dat is meer een persoonlijke voorkeur. In huis halen is ook niet ingewikkeld, de meeste merken leveren tegenwoordig gewoon aan huis.

Beweging

Een van de mooie dingen van het hebben van een hond is er lekker samen op uit gaan of ze naast de fiets te laten rennen. Het zijn slechts twee voorbeelden van hondenplezier, maar wel voorbeelden met een gebruiksaanwijzing. De Japanse Akita Inu is immers een groot ras, dus ook al zijn ze niet zo gevoelig voor heupdysplasie als bijvoorbeeld de Duitse herder, er is nog steeds een risico.

Sommige specialisten zeggen dat HD voor ongeveer 30% een genetisch probleem is en voor 70% door externe factoren wordt veroorzaakt. Anderen zeggen weer dat er altijd een genetische aanleg aanwezig moet zijn. Wat de waarheid ook is, gedurende het eerst jaar doen eigenaren er erg verstanding aan hun pup niet te veel te belasten. Een basis richtlijn is om het wandelen elke maand met 5 minuten te verlengen, oftewel een hond van vijf maanden oud mag 5x5=25 minuten wandelen. Let op, bij 12 minuten is het dus al tijd om huiswaarts te gaan.

Nu vinden sommige mensen dat je hier niet al te geobsedeerd mee om moet gaan. Een pup weet namelijk best zelf hoeveel beweging hij/zij nodig heeft. In zekere zijn wij het hier wel mee eens, de natuur is immers verre van dom en wanneer een pup moe is zal deze vaak zijn tempo omlaag brengen of zelfs gaan slapen. Dat verandert alleen nog niet dat sommige omgevingen voor zoveel indrukken zorgen dat dit natuurlijk vermogen alsnog wordt onderdrukt. Een nieuwe eigenaar doet er dus goed aan om stil te staan bij de hoeveelheid beweging die hun pup krijgt. Hou het eens bij. Vaak krijgen pups meer beweging dan mensen verwachten en tijdens deze cruciale groeitijd bestaat het skelet nog voor een groot gedeelte uit kraakbeen. Springen (bijv. in en uit auto's), traplopen, te ruw spel en naast de fiets rennen zijn zaken die je het eerste jaar wilt vermijden. Aan de andere kant, beweging maakt het lichaam ook sterker, wat dan ook weer belangrijk is. Balans, balans, balans!

Gezondheid

Het terugplaatsen van een gebroken been, het hechten van een wond, dierenartsen kunnen tegenwoordig haast halve wonderen voor onze huisdieren verrichten. Maar waar sommige gezondheidsproblemen relatief gemakkelijk worden opgelost, hebben andere soms een diepere oorzaak die net even om iets meer expertise vragen. En toch behandelen veel dierenartsen honden beide type problemen op een gelijke wijze. Men pakt vooral de klachten aan, terwijl de exacte oorzaak soms onduidelijk is. Op zich is dat niet vreemd, gezien de meeste dierenartsen tijdens hun studie vooral over medicatie, operatie en ziekte leren, en niet zo zeer over gezondheid, maar toch.

Om de gezondheid van een hond echt te waarborgen is volgens ons een bredere kijk een waardevolle aanvulling. Dus proactief voorkomen—bijvoorbeeld middels de juiste voeding—in plaats van reactief bestrijden. En in dat geval kijken we niet alleen naar de lichamelijke conditie van een hond, maar ook naar andere factoren, zoals geestelijke gesteldheid. Dat klinkt wellicht zweverig, maar het geven van aandacht, doen van spelletjes en zorgen voor voldoende lichaamsbeweging hebben indirect serieus invloed op het welzijn van een hond.

Let op, onze zienswijze is er zeker geen een van kwakzalverij—er zijn al genoeg mensen die alles dat alternatief is blind als waarheid aannemen—maar we zijn wel van mening dat sommige zaken van de reguliere dierengeneeskunde best wel een update kunnen gebruiken. 

Vaccinatie & titeren
Een goed voorbeeld hiervan is overvaccinatie. Vaccinatie is iets dat zeker nodig is, maar teveel is niet voor niets teveel. Dus laat je hond als pup adequaat vaccineren en daarna: niets. Althans, soort van niets. Waar een dierenarts in veel gevallen zal adviseren jaarlijks weer te vaccineren—voor hen een vaste stroom van inkomsten—berust dit vaak niet zo zeer op wetenschap maar eerder op ouderwetse routine. Een betere optie zou het uitvoeren van een titer zijn. Deze meet de hoeveelheid antilichamen in het bloed van de hond en als er hiervan voldoende aanwezig zijn dan is de hond gewoon beschermd. Hervaccinatie is dan niet alleen overbodig en geldverspilling, maar mogelijk ook nog eens schadelijk. Let wel op, titers worden niet door iedere dierenarts aangeboden, dus mocht jouw dierenarts dit niet doen dan is het wellicht tijd om over te stappen naar eentje die wel met zijn tijd meegaat. Een compromis is natuurlijk ook mogelijk: wijzelf gaan voor eenvoudige zaken naar de dierenarts om de hoek en bezoeken voor belangrijkere zaken een specialist verder weg.

Hadden we al gemeld dat veel farmaceuten tegenwoordig aangeven dat hun vaccins niet een maar drie jaar of zelfs langer bescherming geven? En zelfs dan kan hervaccinatie onnodig zijn. Sommige vaccins die wij als kind hebben gekregen werken immers ook levenslang. Dat terwijl wij mensen gemiddeld een jaar of tachtig worden en honden slechts twaalf tot viertien. Mocht je dus zeker willen zijn of jouw hond beschermt is, dan is een titer volgens ons the way to go. Zijn de antilichamen hoog genoeg dan doe je niets, zijn ze te laag dan kies je alsnog voor hervaccinatie. 

Teken
Dan is er nog de behandeling tegen parasieten. Neem nu teken, in sommige landen kunnen deze voor flinke problemen zorgen—vooral als ze Babebiose met zich meedragen—maar in Nederland kom je ze eigenlijk vooral in de bossen tegen en is Lyme de grootste boosdoener. Nu is Lyme voor mensen vaak een behoorlijk vervelende ziekte, maar voor honden lijkt dit minder het geval te zijn (veel honden zijn drager, maar vertonen geen klachten). Toch zijn er veel dierenartsen die aanraden om je hond om de zoveel tijd structureel met een spot-on product, tablet of speciale halsband te "beschermen". Wel zo gemakkelijk en bovendien zijn het volgens hen "veilige producten".

De vraag is echter: wat is nu precies veilig? Een beetje googlen toont al snel aan dat de onderzoeken die worden uitgevoerd om deze producten voor de Europese markt goedgekeurd te krijgen vaak letterlijk vermelden dat deze zijn toegelaten omdat "de risico's niet tegen de voordelen opwegen". En dan is het niet verkeerd om stil te staan bij het feit dat producten voor dierlijk gebruik onder (vele malen) minder strenge regelgeving staan dan producten voor menselijk gebruik. Let op, ook al lijkt de gezondheid van een hond door een spot-on product of tablet niet direct negatief te worden beïnvloed, er zijn genoeg honden die wel degelijk negatieve bijwerkingen ervaren en op de lange termijn zijn de nadelige effecten er zeker. Op zich niet vreemd, veel van deze producten bevatten chemicaliën welke afgeleid van landbouwgif zijn.

Persoonlijk kiezen wij liever voor een andere oplossing: controleer je hond tijdens en na een wandeling in de bossen simpelweg goed op teken—door het contrast met de doorgaans rood-witte vacht van de Akita Inu zie je ze vrij gemakkelijk—en gebruik daarnaast bijvoorbeeld een middel op basis van essentiële olie. Dit samen biedt geen 100% garantie—essentiële olie is geen gif dat teken dood, het maakt de hond enkel minder aantrekkelijk—maar het doet zijn werk veelal meer dan prima. 

Ontworming
Als laatste is er preventief ontwormen. Ook dat is weer een voorbeeld van vaste inkomsten voor de dierenarts en gemak voor de hondeneigenaar. Tabletje erin en klaar. Het probleem is echter dat preventief ontwormen eigenlijk niet bestaat. Een hond heeft immers last van wormen of niet. Dus in plaats van je hond elke drie maanden "preventief" te ontwormen—voor ons beter bekend als het onnodig belasten van de gezondheid van je hond—breng zo nu en dan de ontlasting van je hond naar de dierenarts, waar je deze op de aanwezigheid van spoeleitjes laat onderzoeken. Het is ietsjes meer werk, maar nog steeds gemakkelijk—kwestie van poep in zak en afgeven—vrijwel net zo duur en wel zo veilig.